Waarom je goede voornemens elk jaar sneuvelen

Albert van Wigcheren


Goede voornemens hebben een slechte reputatie. En eerlijk is eerlijk: de meeste sneuvelen ergens halverwege januari, tussen de eerste werkdrukte en de restjes oliebollen. Toch is het nieuwe jaar wél een goed moment om stil te staan bij wat je wil bereiken. Je hebt net een paar dagen afstand gehad van je werk, je hoofd is wat leger en je voelt misschien die typische mengeling van energie en goede moed. Dat is waardevol. Het probleem zit niet in het moment, maar in de methode.

De intentie voor goede voornemens

Waar het vaak misgaat is dat je een ambitie formuleert: “Dit jaar ga ik echt prioriteiten stellen” of “Ik wil meer aan mijn eigen projecten werken”. Je schrijft die ergens op en duikt dan weer je inbox in. Drie weken later is het voornemen een vage herinnering, verdrongen door de dagelijkse stroom van mails, vergaderingen en “heb je even”-vragen. De intentie was er, maar de verbinding met je dagelijkse keuzes ontbrak.

De kunst is niet om betere voornemens te bedenken, maar om wat je wilt bereiken levend te houden in de weken en maanden die volgen. Dat vraagt om twee dingen: een ritme van reflectie op verschillende tijdshorizonnen en een manier om de uitkomst daarvan zichtbaar te houden op het moment dat je kiest wat je gaat doen. In dit artikel laat ik je zien hoe je dat opzet, zodat je op elke werkdag – als je om je heen kijkt en denkt “waar begin ik?” – een antwoord hebt dat verder reikt dan je inbox.

Just do it

Misschien denk je: dit jaar hou ik me er gewoon aan. Meer discipline, meer wilskracht, minder excuses. Just do it. Het klinkt logisch, maar het is te kort door de bocht. Onderzoek naar ‘ego depletion’ laat zien dat wilskracht eindig is: elke keer dat je jezelf dwingt iets te doen wat moeite kost, put je uit dezelfde mentale voorraad.

Je kunt jezelf een ochtend dwingen om aan dat belangrijke project te werken in plaats van je mail te checken, maar tegen de middag is die voorraad op en grijp je toch weer naar de makkelijke taken. Discipline werkt zolang alles meezit, maar zodra je moe bent, stress hebt of gewoon een drukke dag, win je het niet van je gewoontes.

En laten we eerlijk zijn: als kenniswerker heb je zelden een dag waarop alles meezit. De oplossing is niet harder proberen, maar slimmer organiseren. Niet vertrouwen op wilskracht die opraakt, maar op een systeem dat je de juiste keuze makkelijker maakt.

Jij bent hier

Op plattegronden langs de weg ken je het ‘Jij bent hier’-icoon. Zonder dat punt is elke kaart nutteloos: wat heb je aan wegen en kruisingen als je niet weet waar je nu staat? Oliver Burkeman wijdt er in zijn boek “4.000 weken” een heel hoofdstuk aan. Zijn punt: je bent nu hier en dit moment is het enige moment waarop je iets kunt doen.

Het kan verleidelijk zijn om belangrijk werk uit te stellen totdat je bij bent met de mail, je team weer compleet is of het wat rustiger wordt. Maar dat ideale moment komt nooit. Mail genereert mail en de week die nu rustig lijkt, zal goed gevuld zijn als hij aanbreekt. Prioriteren draait daarom niet om het maken van een mooie lijst met prio’s, maar om hier-en-nu bepalen waar je je tijd aan besteedt.

Als je aan dat complexe project wilt werken, is zelfs “later vandaag” al een risico – de kans dat je er daadwerkelijk aan toekomt is kleiner dan wanneer je er nu aan begint. Een dashboard dat je ambities zichtbaar maakt op het moment dat je kiest, helpt je om vanuit dit startpunt de juiste koers te bepalen.

Een vrouw die memo's op een whiteboard hangt.

Ambitieuze doelen, maar toch verkeerde keuzes

Doelen stellen heeft ook een keerzijde. Een doel is binair: je haalt het of je haalt het niet. Dat maakt het spannend, maar ook kwetsbaar. Als je halverwege het jaar merkt dat je doel onhaalbaar is geworden, wat dan? Bovendien liggen jaardoelen ver weg in de tijd. Ze geven richting, maar zeggen weinig over wat je vandaag moet doen.

Je kunt prima een ambitieus doel hebben en toch elke dag de verkeerde keuzes maken omdat de vertaling naar nu ontbreekt. James Clear merkt in “Atomic Habits” op dat winnaars en verliezers vaak dezelfde doelen hebben. Elke atleet op de Olympische Spelen wil goud, elke ondernemer wil groeien. Het verschil zit niet in het doel maar in het systeem dat je gebruikt om er te komen.

Charles Duhigg beschrijft in Slimmer, sneller, beter hoe SMART-doelen bij General Electric soms averechts werkten. Medewerkers stelden doelen, haalden ze en toch ging de prestatie van hun afdeling achteruit. De doelen bleken te operationeel en raakten niet de kern van wat echt belangrijk was. Een inkoper had als doel om op 1 februari en 1 juni te bestellen – doel gehaald, maar het inkoopproces werd er rigide en duur van omdat ze kansen miste.

Voor concrete, praktische zaken kan SMART zijn nut hebben: een offerte voor vrijdag versturen of tien klanten bellen deze week. Maar voor persoonlijke ontwikkeling en langetermijnambities is het te rigide. “Ik wil een betere leidinggevende worden” laat zich lastig vangen in specifiek, meetbaar en tijdgebonden. Wat je nodig hebt is niet een strakker geformuleerd doel, maar een manier om je richting vast te houden terwijl je flexibel blijft in hoe je daar komt.

Swing for the fences

Er zijn stromingen die je juist aansporen om extreem hoog te mikken. Je kent de termen misschien: een BHAG (Big Hairy Audacious Goal), een moonshot, 10X-denken of je North Star vinden. Het idee is dat een klein doel je ook maar klein laat denken, terwijl een intimiderend groot doel je dwingt fundamenteel anders te werken. Als je tien procent groei nastreeft, optimaliseer je wat je al doet.

Wil je tien keer zoveel, dan moet je alles heroverwegen. Die aanpak heeft zijn waarde: het doorbreekt automatismen en kan energie en creativiteit losmaken. Maar er kleven ook nadelen aan. Zulke doelen zijn vaak zo abstract en ver weg dat ze niet verbonden raken met het werk van alledag.

Ze belanden op PowerPoint-slides en geplastificeerde kaartjes in vergaderzalen, terwijl iedereen gewoon zijn werk blijft doen. En de hang naar steeds extremere ambities kan onrealistische verwachtingen scheppen. Als de maan niet meer ambitieus genoeg is en ook Mars begint te wennen, waar eindig je dan? Groot dromen is waardevol, maar alleen als je die droom vertaalt naar wat je vandaag doet.

Intuïtief kiezen

Aan de andere kant zijn er methoden die juist aansporen om klein te beginnen: kies vandaag intuïtief wat je gaat doen en vertrouw op je gevoel. Tijdsurfen, ontwikkeld door zenmonnik Paul Loomans, is daar een voorbeeld van. Je werkt zonder strakke planning of uitgebreide takenlijst, maar laat je leiden door wat zich op dat moment aandient.

Een verwante aanpak is elke ochtend je Most Important Tasks (MIT’s) kiezen: drie tot vijf taken die je vandaag wilt doen, niet meer en niet minder. Of de eat that frog-methode, waarbij je de vervelendste taak als eerste oppakt zodat de rest van de dag lichter voelt. Het voordeel van deze benaderingen is dat ze pragmatisch zijn en weinig overhead kosten. Je hoeft geen uitgebreide planningen te maken, je begint gewoon. Bovendien houden ze rekening met hoe je je voelt: ben je moe, dan kies je lichtere taken.

Maar er zit ook een risico aan. Als je puur op intuïtie kiest, is de kans groot dat je je te veel op de korte termijn richt. Je doet wat zich aandient of wat lekker voelt, maar de belangrijke projecten die geen deadline hebben schuiven steeds door. Daar komt bij dat we last hebben van biases die ons oordeel vertekenen. Recency bias zorgt ervoor dat je de mail van vanochtend belangrijker vindt dan het project dat al weken ligt te wachten.

Loss aversion maakt dat je tijd steekt in het redden van iets wat eigenlijk losgelaten moet worden, simpelweg omdat stoppen voelt als verlies. Zonder ankerpunt in je langetermijnambities wordt intuïtief kiezen al snel reactief kiezen – of erger, kiezen op basis van denkfouten die je niet eens opmerkt.

Pak het klein aan om je doelen te bereiken.

Verbind doelen en hier-en-nu

Maar als top-down en bottom-up niet dé aanpak is, wat dan wel? De sleutel zit in de verbinding tussen beide. Je stelt doelen én je kiest dagelijks taken, maar je zorgt ervoor dat die niveaus met elkaar in gesprek blijven. Dat doe je door op verschillende tijdshorizonnen te reflecteren, elk met een eigen ritme en focus. Dagelijks neem je vijf minuten voor een dagstart: wat staat er in mijn agenda, welke taken kies ik vandaag, met welke intentie ga ik de dag in?

Aan het eind van de dag sluit je kort af: wat is gelukt, wat niet, hoe ziet morgen eruit? Wekelijks zoom je uit naar je projecten. In een half uur tot drie kwartier loop je je projectenlijst langs: welke projecten hebben prioriteit, waar zit voortgang, waar blijft iets hangen? Maandelijks kijk je naar je rollen. Welke verantwoordelijkheden heb je en welke verdienen de komende tijd extra aandacht? Waar wil je meer in doen, waar juist minder?

En halfjaarlijks, idealiter in de zomervakantie en rond het nieuwe jaar, sta je stil bij je jaardoelen. Wat wil je dit jaar bereiken en hoe verhouden je rollen en projecten zich daartoe? Door dit ritme aan te houden blijven je langetermijnambities niet hangen in een document ergens op een schijf, maar beïnvloeden ze actief de keuzes die je vandaag maakt.

In elk reflectiemoment bepaal je niet alleen waar je staat, maar ook wat prioriteit krijgt. Halfjaarlijks kies je welke jaardoelen echt belangrijk zijn. Maandelijks bepaal je welke rollen de komende weken voorrang krijgen en welke je even op een lager pitje zet. Wekelijks selecteer je de projecten waar je de meeste energie in wilt steken. Die keuzes leg je vast op een dashboard met vier kolommen: dag, week, maand en jaar. Zo zie je in één oogopslag wat je vandaag doet én de context waarin je die keuze maakt.

Het voordeel van zo’n dashboard is dat je dagstart compact kan blijven. Je hoeft niet elke ochtend opnieuw te bedenken wat eigenlijk belangrijk is in je werk en je leven. Die reflectie heb je al gedaan. Je opent je dashboard, ziet je prioriteitsprojecten en prioriteitsrollen, en kiest taken die daarbij passen.

Die vijf minuten ’s ochtends worden daardoor geen nieuw denkwerk, maar een check: wat staat er in mijn agenda, welke taken uit mijn prioriteitsprojecten pak ik op, past dat bij de rollen die ik deze maand centraal heb gesteld? Het ritme van reflecteren voedt het dashboard, en het dashboard maakt je dagelijkse keuzes makkelijker én beter.

Kies wat voor jaar het wordt met een thema

Naast het ritme van reflectie en het bijhouden van een dashboard is er nog iets dat je kan helpen: een jaarthema. Anders dan een doel is een thema breed en flexibel. Waar “tien nieuwe klanten werven” specifiek en meetbaar is, is “het jaar van verbinding” of “het jaar van lef” open en inspireert het je op onverwachte momenten.

In de rij bij de koffieautomaat schiet het je te binnen om die ene collega aan te spreken die je al weken wilt leren kennen. In een vergadering merk je een kans om twee teams met elkaar te verbinden. Of je kiest voor de spannende optie in plaats van de veilige, omdat het je jaar van lef is.

Een thema toont je opties die je anders misschien niet had gezien. Het maakt keuzes die voorheen buiten beeld vielen opeens zichtbaar en aantrekkelijk. Schrijf je thema boven je dashboard of gebruik het als achtergrondafbeelding, zodat je er dagelijks aan herinnerd wordt. Zo wordt het nieuwe jaar niet alleen gestructureerder, maar ook avontuurlijker.

Het nieuwe jaar hoeft geen moment van vage beloftes te zijn die je drie weken later alweer vergeten bent. Met een dashboard, een reflectieritme en een jaarthema heb je alles in handen om 2026 anders te beginnen. Niet met meer wilskracht, maar met een slimmer systeem. Niet met abstracte doelen, maar met een werkwijze die je elke dag herinnert aan wat je echt wilt bereiken.

Begin vandaag

Pak een vel papier of open een digitaal planbord en teken vier kolommen: dag, week, maand, jaar. Kies één jaarthema dat je inspireert. Bepaal welke twee of drie projecten de komende weken prioriteit krijgen. En doe morgenochtend je eerste dagstart van vijf minuten. Het kost je een half uur om op te zetten en vijf minuten per dag om vol te houden – en het verandert hoe je het hele jaar door keuzes maakt.



Source link

Also Read

Share:

Tags

Leave a Comment