
Waar we eerst vooral voor zoekmachines schreven, moeten we nu ook rekening houden met taalmodellen. Steeds vaker worden vragen namelijk niet meer via een lijst met zoekresultaten beantwoord, maar direct door AI. Dat roept een logische vraag op: voor wie schrijf je eigenlijk? Voor Google? Voor AI? Of je lezer? Dat laatste natuurlijk!
Dat vergeten we door de afleiding van ‘hoe word ik nog gevonden’ toch regelmatig. Maar er is goed nieuws: hoe beter je schrijft voor mensen, hoe groter de kans dat je content werkt voor zoekmachines én taalmodellen.
Eerst even dit: lang leve zelf schrijven!
Voordat we naar de regels kijken, eerst dit: AI kan tekst genereren, maar daar zet ik het liever niet voor in. Wel voor alle andere stappen van het schrijfproces:
- Onderzoek.
- Sparren.
- Structuur.
- Redactie.
Maar schrijven? Dat doe ik nog steeds het liefst zelf. Voor mij bestaat een goede tekst namelijk uit: denken, ervaring en vakmanschap. Het moet schuren. De tekst moet iets bij mij raken. AI schrijft generiek, omdat dat statistisch het veiligst is.
De teksten die een taalmodel uitspuugt, lijken van de buitenkant perfect. Maar als je dieper kijkt, valt dat toch vies tegen. Het mist eigenheid. Het mist mens. Dus ik zeg lang leve het zelf schrijven!
Voor ik verder ga wil ik eerst drie keer ‘hoera’ voor de taalkunstenaars onder ons. Wat je ook leest over alle regels om vindbaar te blijven: je schrijft voor de mens. Je schrijft voor jouw lezer. Dat blijft ongeacht alle ontwikkelingen het uitgangspunt. En dat kan geen taalmodel zo goed als een tekstprofessional.
Maar goed, we moeten wel wat met de ontwikkelingen.
Wat is GEO?
GEO (Generative Engine Optimization) gaat over hoe en of je content wordt gebruikt in AI-gegenereerde antwoorden. Sterke SEO blijft de basis: zonder vindbaarheid en relevante content kom je niet in beeld. Denk aan zoekintentie, helpful content en aantoonbare expertise (E-E-A-T). GEO gaat een stap verder. Niet alleen vindbaar zijn, maar selecteerbaar en citeerbaar worden voor AI-systemen. Dat vraagt om:
- Directe en expliciete antwoorden op vragen.
- Duidelijke structuur en consistentie van je positionering.
- Inhoud met een eigen invalshoek en (weer die) aantoonbare expertise.
Niet de best geschreven tekst wint het in taalmodellen, maar de tekst die het meest bruikbaar is als bron. Dat is waar de schrijvers en contentmakers in beeld komen: je moet een balans vinden tussen deze ‘regels’ en wat goed is voor de lezer.
Hoe schrijf je content die werkt voor mensen én AI?
Dat is waar Merel Roze in de nieuwste editie van De regels van Roze (affiliate) op ingaat. Hoe schrijf je teksten waar mens en taalmodel blij van worden?
De bijbel voor tekstprofessionals (zo heb ik het ooit zelf genoemd in een eerdere recensie) is nu helemaal geüpdatet en heeft nieuwe hoofdstukken, o.a. een over vindbaarheid. Nou, laten we dan eens kijken naar die tips. Dit zijn tips die je direct kunt toepassen in je content:
1. Begin met het antwoord
Beantwoord de belangrijkste vraag meteen. Lezers scannen teksten. AI-systemen zoeken directe antwoorden. Of zoals Merel het noemt: de banaan bovenaan. Geef je lezer meteen het antwoord, dan blijft hij lezen. Anders blijft het een onrustig aapje.
2. Maak hapklare brokken van je tekst
Gestructureerde content werkt beter voor zowel lezers als AI. Gebruik bijvoorbeeld:
- Duidelijke koppen.
- Korte alinea’s.
- Checklists.
- Stappenplannen.
- FAQ’s.
Dit maakt informatie sneller te scannen en makkelijker te citeren. Hier kan AI je overigens ook goed bij helpen om een lange lap tekst, die jij ZELF hebt geschreven, om te zetten naar bijvoorbeeld een overzichtelijke FAQ.
3. Schrijf zoals je praat tegen je lezer
Gebruik natuurlijke taal. Een eenvoudige test die je helpt om dit te toetsen: lees je tekst hardop voor. Struikel je? Dan herschrijven.
4. Maak van koppen concrete vragen
Veel zoekopdrachten zijn letterlijk vragen. Als een gebruiker een vraag zo zou kunnen intypen in Google, maak er dan een tussenkop van. Bijvoorbeeld: “Hoe schrijf je voor GEO?” Geef daarna meteen een kort en concreet antwoord.
5. Leg vaktermen meteen uit
Taalmodellen citeren het liefst complete zinnen. Leg vaktermen direct uit. Bijvoorbeeld: “E-E-A-T staat voor Experience, Expertise, Authoritativeness en Trust. Het is een model dat Google gebruikt om de betrouwbaarheid van content te beoordelen.” Zo wordt je tekst makkelijker te begrijpen én te citeren.
6. Lever bewijslast!
AI vertrouwt content meer wanneer die wordt ondersteund door:
- Bronnen (“deze tips komen uit het boek de Regels van Roze”).
- Cases (“dit zijn drie klantverhalen”).
- Cijfers (“mijn artikelen op Frankwatching hebben al bijna 2 miljoen views”).
Zorg ook dat je content actueel is en vermeld wanneer deze voor het laatst is bijgewerkt.
7. Maak expertise zichtbaar
AI-systemen kijken steeds vaker naar wie iets zegt. Maak daarom expliciet:
- Auteur.
- Functie.
- Organisatie.
- Expertise.
Dat vergroot vertrouwen en geloofwaardigheid. Het liefst geef je de auteurs een eigen pagina met nog veel meer bewijs van hun expertise. En let op: hier zijn veel experts te bescheiden. Niet “Ik ben Kim en geef AI-trainingen”, maar “Ik ben Kim en heb in 2025 meer dan 60 organisaties geholpen met een AI-training. De gemiddelde waardering is…”
8. Zorg dat tekstblokken zelfstandig te begrijpen zijn
AI citeert vaak kleine stukken tekst uit een groter artikel. Schrijf daarom zo dat elk onderdeel op zichzelf te begrijpen is. Een lezer of AI moet een alinea kunnen begrijpen zonder de hele tekst te lezen.
9. Cut the crap
Schrijf duidelijk en concreet.
De paradox van schrijven voor AI
Dus voor wie schrijf je? Voor mensen. Tenminste, dat zou je antwoord moeten zijn. Want ondertussen schrijven we ook voor systemen die onze tekst samenvatten en hergebruiken. En daar begint het te schuren.
Want wat goed werkt voor mensen, werkt vaak ook voor AI. Maar wat goed werkt voor AI, werkt niet altijd voor mensen. AI houdt van expliciet. Van zinnen die op zichzelf staan. Van teksten die je zonder context kunt citeren. Mensen houden van opbouw, nuance en verrassingen.







