
Stel je voor: je koopt een nieuwe auto, maar je hebt geen rijbewijs. De verkoper kijkt je aan en zegt: “Geen probleem, wij regelen dat. Ik geef je zelf wel les”. En als dat te veel gevraagd is, heeft hij een prachtig platform klaarstaan met tien filmpjes, een quiz en een digitaal certificaat: verkeersdeelnemer niveau 1.
Het aanbod is misschien vriendelijk, maar de situatie is ronduit absurd. Een autodealer die zelf rijlessen geeft via filmpjes? Rijden leer je door te rijden, met iemand naast je die weet wat hij doet. De dealer weet alles van het voertuig, maar of jij veilig de weg op kunt, dat is een heel ander vak.
Toch is dit precies wat veel organisaties doen als ze medewerkers willen laten werken in de cloud, met AI of een nieuw platform. Ze laten de begeleiding over aan de leverancier, aan IT, of ze kopen een platform met filmpjes.
In mijn eigen trainingen, of het nou gaat om het slim samenwerken aan documenten in de cloud of het bouwen van AI-agents, hamer ik altijd op hetzelfde punt: je leert geen trucje. Net zoals je vroeger je rijbewijs hebt gehaald, leer je digitale vaardigheden pas echt door simpelweg kilometers te maken. Het gaat niet om de theorie, maar om het gevoel krijgen voor de weg.
De beperkte houdbaarheid van de knoppentraining
Vroeger kwam je nog wel weg met een eenmalige instructie. Een update was toen een overzichtelijk lijstje met kleine wijzigingen; wie wist waar de knoppen zaten, kon jaren vooruit. Tegenwoordig is dat onmogelijk. Microsoft 365, Teams en AI-assistenten veranderen waar je bij staat.
Wie medewerkers traint op ‘waar de knop zit’, traint ze voor een wereld die volgende maand al niet meer bestaat. Het resultaat? Stress bij de eerste de beste update. Wat we wél moeten leren, is de logica achter de tools begrijpen. Dat is geen technische vaardigheid, maar een aanpassingsvermogen.
Waarom de monteur geen rijinstructeur is
Vaak wordt de taak om mensen mee te nemen in nieuw gedrag bij de IT-afdeling neergelegd. Dat is de monteur vragen om rijinstructeur te spelen. Hij kent de motor als geen ander, maar of je veilig een rotonde opkomt, en weet wat je doet als de wegindeling volgend jaar wijzigt, dat is een ander vak. Mensen begeleiden in gedragsverandering staat zelden in het functieprofiel van IT.
McKinsey (2023) rapporteert dat 70% van de digitale transformaties de beoogde doelen niet haalt. De oorzaak is zelden technisch, maar ligt in het samenspel tussen gedrag en systemen.
De zoektocht naar de ‘rijinstructeur-monteur’
Digitale adoptie is geen IT-project en ook geen HR-project; het is een samenspel dat een goede regisseur nodig heeft. In een adoptieteam heb je verschillende rollen nodig in een gezamenlijke cockpit:
- De techniek: iemand die de techniek en veiligheid kent en kan beoordelen welke inrichting werkt voor de praktijk.
- De organisatie: iemand die de organisatie kent en weet waar weerstand zit.
- De didactiek: iemand die effectieve leertrajecten kan ontwerpen.
- De praktijk: mensen uit het werkveld die vertellen hoe het werk echt in elkaar steekt.
Wat je nodig hebt, is een adoptiespecialist: iemand die de techniek snapt, maar de mens centraal stelt. Een zeldzame combinatie van techniek en didactiek. Hoe je die herkent? Let niet op functietitels, maar op gedrag. Zoek naar de collega die:
- Spontaan en enthousiast anderen helpt als ze vastlopen.
- Niet alleen uitlegt hoe iets werkt, maar vooral waarom.
- Echt gefrustreerd raakt als een goed systeem slecht wordt gebruikt.
Maar die persoon heeft ook ruimte nodig. Een adoptieteam dat het er “een beetje bij doet” is geen adoptieteam, het is een doekje voor het bloeden. Onderzoek van Prosci laat zien dat organisaties die adoptie serieus nemen, 10 tot 15 procent van het projectbudget aan het mensdeel besteden. De praktijk? Minder dan 5 procent. Dat verschil verklaart veel mislukte implementaties. Concreet betekent dit: zorg dat adoptie zichtbaar is in het projectplan, met een eigen budget en een eigen stem bij beslissingen over inrichting en planning, niet pas betrokken als die beslissingen al genomen zijn.
Waarom filmpjes alleen niet werken
De neiging om een platform aan te schaffen met badges en filmpjes is groot: het is schaalbaar en betaalbaar. Maar kijken naar rijden is niet rijden. Leerpsycholoog Robert Bjork noemde dit desirable difficulties: leren dat wrijving vraagt, beklijft. Leren zonder weerstand verdwijnt even snel als het gekomen is.
Een goede leerspecialist begint daarom niet bij het systeem, maar bij de mens. Wat moet iemand straks anders kunnen? Wat houdt hen nu nog tegen? Een goed traject zit dicht bij het werk en laat ruimte voor het ongemak dat bij echt leren hoort.
Zo begin je, zonder groot programma
Je hoeft niet direct een gigantisch programma op te tuigen. Begin klein met deze principes:
- Zet HR of L&D aan het stuur, niet IT. Betrek hen al bij de beslissing over een nieuwe tool, niet pas bij de uitrol.
- Focus op concepten, niet op knoppen. Wie de logica snapt, vindt zijn weg ook na de volgende update.
- Maak leren onderdeel van de werkdag. Oefenen tijdens een echte taak levert meer op dan het beste webinar.
- Geef ruimte aan het ongemak. Wie iets nieuws leert, maakt fouten; dat is het proces, niet het probleem.
- Werk met vaste ritmes. Plan regelmatig korte leermomenten in, een maandelijks digitaal kwartiertje of een spreekuur.
- Benoem mensen die anderen helpen. Informele kennisdeling door collega’s werkt vaak beter dan een formeel traject.
Digitale vaardigheid is geen eindstation, het is een rijvaardigheid. En die leer je maar op één manier: door kilometers te maken met de juiste begeleiding.







