Groeiend bedrijf? Gebruik Rockefeller Habits & Greiner-model

Albert van Wigcheren


Iedere ondernemer herkent het: wat ooit werkte, begint te kraken. Teams groeien, communicatie versnippert en je hebt steeds minder grip. Groei voelt niet meer als vooruitgang, maar als gedoe. Toch zijn dit geen toevallige problemen. Het zijn voorspelbare groeipijnen.

Als je ze leert herkennen én er structuur op zet, kun je ze juist gebruiken om verder te komen. In dit artikel laat ik zien hoe het Greiner-groeimodel en de Rockefeller Habits elkaar versterken, en hoe je ze toepast zonder dat het een keurslijf wordt.

Groeipijn is geen probleem, maar een fase

In het Greiner-groeimodel (Greiner, 1972) zie je dat organisaties zich ontwikkelen in fasen, en dat elke fase eindigt met een crisis. Niet omdat het misgaat, maar omdat de manier van werken niet meer past bij de volgende stap.

Wat begint als vrijheid en ondernemerschap, loopt vast door gebrek aan leiderschap.
Wat daarna structuur brengt, slaat later weer om in frustratie over te weinig autonomie.

Dat voelt als chaos, maar is eigenlijk een logisch gevolg van groei.

Je herkent het misschien wel: je hebt mensen aangenomen om werk uit handen te geven… maar ondertussen ben je drukker dan ooit. Iedereen komt alsnog bij jou langs voor beslissingen. In die fase ben je als ondernemer vaak zelf de bottleneck. Niet bewust, maar omdat alles nog via jou loopt. Wat eerst je kracht was, begint je groei te remmen. Het probleem is dus niet dat je groeit, maar dat je organisatie nog niet is ingericht op die groei.

Structuur als versneller van groei

Daar komen de Rockefeller Habits (Harnish, 2024) in beeld. Deze methodiek, gebaseerd op vier pijlers – mensen, strategie, uitvoering en cashflow – helpt je om weer grip te krijgen. Niet als een eenmalig plan, maar als een manier van werken.

Denk aan:

  • duidelijke prioriteiten
  • vaste overlegmomenten die ergens over gaan
  • sturen op KPI’s in plaats van onderbuikgevoel
  • continu inzicht in voortgang

Rockefeller-Habits

Juist dat ritme maakt het verschil. Door regelmatig bij te sturen, voorkom je dat problemen zich opstapelen. En wat je dan vaak ziet: de druk neemt af, terwijl de snelheid toeneemt. Zonder dat ritme gaat het vaak mis op de kleine dingen. Overleggen waarin goede ideeën ontstaan, maar waar een week later niemand meer precies weet wat er ook alweer is afgesproken. Of teams die keihard werken, maar waarbij alles tegelijk belangrijk is, en er dus eigenlijk weinig écht afkomt.

Niet omdat mensen niet willen, maar omdat het simpelweg niet duidelijk genoeg is wat prioriteit heeft. En juist daar zit de kracht van structuur: het dwingt je om keuzes te maken. Wat doen we wél, en wat doen we nu even niet?

Waarom de combinatie met Greiner zo krachtig is

Waar het Greiner-model je helpt begrijpen waarom het schuurt, geven de Rockefeller Habits je handvatten om er iets mee te doen. Zie het als snappen wat er speelt, en er vervolgens naar handelen. Zit je in een fase waarin alles via jou loopt? Dan gaat het niet om meer betrokkenheid, maar om eigenaarschap beter organiseren. Verlies je het overzicht? Dan past je structuur simpelweg niet meer bij de grootte van je organisatie.

Door die twee te combineren, wordt het concreet: je snapt wat er speelt én wat je kunt aanpassen. Wat je in de praktijk ziet: groei strandt zelden op ambitie, maar bijna altijd op inrichting. Het kantelpunt zit niet in harder werken, maar in eenvoud en ritme. Als die basis klopt, ontstaat er ruimte. Voor betere keuzes, sterkere teams en groei die je volhoudt.

Greiner-groeimodel

De grootste valkuil: de methode blind volgen

Veel organisaties implementeren de Rockefeller Habits ‘zoals het hoort’. Maar zo werkt het niet. Iedere organisatie is anders. Wat bij de één werkt, werkt niet automatisch bij de ander. De kracht zit in het aanpassen. Structuur moet helpen, niet in de weg zitten. Het werkt pas echt als het past bij je fase, je mensen en hoe je organisatie in elkaar zit.

Waarom afstand nemen essentieel is

Veel ondernemers zitten er middenin. Daardoor blijf je reageren op de dag van vandaag, in plaats van te sturen op morgen. Terwijl je juist af en toe moet uitzoomen. Even stilstaan bij:

  • waar je nu staat
  • wat de volgende fase vraagt
  • wat er anders moet

Zodra dat helder wordt, zie je dat teams gerichter gaan werken. Niet omdat ze harder werken, maar omdat iedereen dezelfde kant op beweegt. En dan wordt groei weer iets wat energie geeft.

Van groei die je overkomt naar groei die je stuurt

Uiteindelijk draait het niet om modellen. Het gaat erom hoe je organisatie voelt op een gewone werkdag. Of mensen weten waar ze mee bezig zijn en of overleggen ergens toe leiden. Of beslissingen gewoon genomen worden. In zo’n organisatie verschuiven prioriteiten niet continu, maar bouwen ze op elkaar voort. Teams weten elkaar te vinden. En jij hebt weer overzicht. Dat is het punt waarop groei anders gaat voelen en niet meer als iets wat je overkomt, maar als iets wat logisch voortkomt uit hoe je je organisatie hebt ingericht.

Rustiger. Voorspelbaarder. Met richting en ritme. En dan ontstaat er ruimte om vooruit te kijken, in plaats van alleen bij te houden.

Groeipijnen horen erbij

Niet elke groeiende organisatie groeit bewust. Met het Greiner-model snap je beter waar je zit. En met de Rockefeller Habits kun je er ook echt iets mee doen. En misschien nog wel het belangrijkste: het haalt de druk eraf.

Groeipijnen horen erbij. Maar met de juiste structuur blijven ze behapbaar. En dat is vaak het moment waarop het weer leuk wordt. Dat je niet alleen maar brandjes aan het blussen bent, maar weer bouwt. Dat het klopt. Dat je grip hebt. En dat je denkt: ja, dit gaat de goede kant op.



Source link

Also Read

Share:

Tags

Leave a Comment